Proeflicentie – Wie ben je?

Wie ben je? – Proeflicentie

Identiteit - les 1

Doel

  • Kinderen denken na over wat maakt wie ze zijn

Doel voor de leerlingen

  • Ik denk na over wie ik ben

Benodigdheden

  • Verhaal over de schildpad (Toon van Tellegen)

  • Wisbordjes (of kladpapier)

Inleiding

De schildpad

Lees het verhaal van Toon Tellegen voor: https://www.nrc.nl/nieuws/1992/07/31/weet-jij-eigenlijk-wel-zeker-dat-jij-de-7151503-a291920

“Weet jij eigenlijk wel zeker dat jij de schildpad bent, schildpad?” vroeg de krekel op een ochtend aan de schildpad.

De schildpad keek hem beduusd aan en begon na te denken. Na een tijd zei hij:

“Nee. Dat weet ik niet zeker.”

Somber gluurde hij onder zijn schild vandaan naar de krekel.

“Ik wel”, zei de krekel. “Ik tsjirp, dus ik ben de krekel.”

Hij maakte een sprongetje van plezier.

Ik doe niets, dacht de schildpad. Maar dat is volgens mij niet genoeg om de schildpad te zijn.

De kikker had het gesprek gehoord en zei:

“Ik kwaak, dus ik ben de kikker.”

“Inderdaad, kikker, inderdaad”, zei de krekel. “Jij kwaakt, dus jij bent de kikker.”

Zij sloegen elkaar op de schouders en keken de schildpad tamelijk meewarig aan.

Zou ik dan misschien niet de schildpad zijn? dacht de schildpad. Maar wie zou ik dan zijn…? Als ik nou eens denk: ik schuifel, dus ik ben de schildpad… Hij schuifelde wat heen en weer. Nee, dacht hij. Dat is niets. Er schuifelen er trouwens zoveel.

De schildpad voelde zich eenzaam en onzeker, terwijl de krekel en de kikker vrolijk wegliepen, elkaar op de schouders sloegen en zongen:

“Wij weten wie wij zijn!”

Toen klonk er opeens een geraas vanuit de top van de eik, waaronder de schildpad stond. Het was de olifant die daar bij zonsopgang naar toe was geklommen. Nu viel hij.

“Ik val…” kon hij nog roepen. Toen viel hij met een zware slag op de grond vlak naast de schildpad. Dat is de olifant, dacht de schildpad somber. Dat staat vast.

Even later sloeg de olifant zijn ogen op.

“Hallo schildpad”, zei hij zachtjes.

“Weet je zeker dat ik dat ben?” vroeg de schildpad verbaasd. “Weet je dat echt zeker?”

“Ja”, kreunde de olifant. “Wie zou je anders zijn?”

“Dat weet ik niet”, zei de schildpad.

“Nou dan”, zei de olifant en met een pijnlijk gezicht voelde hij aan de enorme bult op zijn achterhoofd.

De schildpad had de krekel en de kikker wel achterna willen hollen. Maar ja, dacht hij, als ik dat doe geloven ze helemaal niet dat ik de schildpad ben. En dus bleef hij stil staan, in het gras, onder de eik, en zei zachtjes tegen zichzelf:

“Hallo schildpad.”

“Hallo.”

Kern

Wie ben ik?!

Bespreek het doel van de les.

Denken- delen – uitwisselen: Geef de kinderen 2 minuten om op hun wisbordjes of kladpapier op te schrijven hoe de schildpad kon weten dat hij een schildpad is.  Geef dan 2 minuten om het in tweetallen te bespreken. Bespreek klassikaal en schrijf op het bord. Maak een indeling in categorieën (bijvoorbeeld uiterlijke kenmerken en wat hij kan).

Geef de kinderen weer 2 minuten om op te schrijven wat hen zichzelf maakt. Geef 2 minuten om in tweetallen te bespreken. Bespreek een aantal klassikaal en maak ook weer onderscheid in categorieën. Er zullen nu waarschijnlijk meer categorieën genoemd worden.

Vergelijken

Vraag: ‘Wie zit er wel eens op social media? Wie heeft er wel eens op Instagram gezeten?’

Noem de volgende voorbeelden en vraag of ze dat herkennen:

  • Je zit op insta en ziet de ene mooie foto na de andere mooie foto van verschillende mensen. Ze zien er blij en knap uit. Je voelt je niet zo goed over jezelf. Je kijkt naar jezelf in de spiegel en je hebt een muggenbult op je voorhoofd. Je vindt jezelf nu helemaal verschrikkelijk.
  • Je vindt van jezelf dat je heel goed kan dansen en voelt je geweldig. Je post iets op insta of in een groepsapp en krijgt een reactie dat je er niets van kan en je voelt je helemaal niet meer geweldig.
  • Je bent supertrots op je nieuwe outfit en voelt je helemaal geweldig. Je plaatst een foto van jezelf in nieuwe outfit in de groepsapp en iemand kraakt het af. Gevolg: je voelt je helemaal verdrietig.

Bespreek waar degene uit bovenstaande voorbeelden zijn of haar identiteit en zelfvertrouwen uit haalde (hoe je eruit ziet, wat je kan en wat je hebt). Maar uiteindelijk haalde degene zijn of haar identiteit en zelfvertrouwen ook uit de mening van anderen.

De schildpad haalde ook zijn identiteit uit wat anderen tegen hem zeiden. Herkennen de kinderen dit bij zichzelf? Is het belangrijk wat de mening van iemand anders is? Praat hier kort over door. Hier komen we in de volgende lessen nog op terug.

Afsluiting

Jij bent bijzonder

Benadruk: ‘Wat je hebt, kunt, hoe je eruit ziet of wat anderen van je vinden: het doet niks af aan wie je bent. Je bent uniek en bijzonder. Het is niet te omschrijven wat jou zo speciaal maakt. En dat is een wonder.’

(Dit kun je natuurlijk in je eigen woorden uitleggen aan de kinderen. Je kunt ook nog benoemen dat iedereen speciaal geschapen is. God vindt iedereen mooi gemaakt. Hij houdt van iedereen. Je bent altijd goed genoeg en daar kun je niets aan veranderen. Niets aan wat je doet, wat je hebt of wat je kan verandert iets aan die liefde.)

Sluit af met een spel waarbij de bijzonderheden van kinderen centraal staan. Een leerling neemt een medeleerling in zijn gedachten. De klas mag vragen stellen waar alleen ‘ja of nee’ op geantwoord mag worden. Hoe snel ontdekken de kinderen over welke klasgenoot het gaat?

Tips

Tips voor later deze week naar aanleiding van deze les:

Het kan leuk zijn om het volgende filmpje met de klas te bekijken:
InstaLIE
Dit filmpje past goed bij deze les en kan de gesprekken extra op gang brengen. Wel is het handig om sommige Engelse teksten in dit filmpje hardop te vertalen.

Hi, wij zijn Mieke & Dorien. We zijn erg benieuwd wat je van deze les vond en of je feedback hebt.

Laat wat horen

All rights reserved Vriend Vijand